Willy Vlautin – Laat mij niet vallen

Het was lang geleden dat ik aan het eind van een boek flink heb moeten huilen. Mijn hemel wat een verhaal. Wat aangrijpend en prachtig verteld.
Centraal staat Horace Hopper, een eenentwintig jarige jongeman die zich wil losmaken van zijn jeugd. Hij woont op een ranch waar hij met veel talent de boel weet te runnen nu de eigenaar wat ouder wordt. Horace droomt er echter van een professionele bokser te worden en stelt alles in het werk dit voor elkaar te krijgen.
Het is een boek waarin liefde zo eindeloos mooi wordt beschreven. Door de melancholische sfeer ga ik van de hoofdpersonen houden. Ze gaan me aan het hart door hun echtheid en eerlijkheid, door hun hoop er steeds weer iets van te maken, door niet cynisch te worden, door moed in te spreken zonder dat het onecht wordt. Wat zijn mensen toch mooi!
Ga dit boek lezen!

Isabel Allende – De winter voorbij

Na de Japanse minnaar, verheugde ik me op een nieuwe Allende. De winter voorbij is een aardig verhaal met veel persoonlijke geschiedenissen erin verweven. Lekker voor in de zon, maar het heeft me niet gegrepen of aan het denken gezet.
Allende heeft een enorme vertelkracht en weet me met bijna iedere persoonlijkheid die ze introduceert te boeien. Soms is dat misschien genoeg maar daarvoor was het verhaal mij wat te mager. Ik weet nog niet of ik de volgende weer ga lezen.

Michael Pye – Aan de rand van de wereld

De geschiedenisboeken trekken mijn aandacht deze dagen. In tijden van toenemende identiteitspolitiek wil ik wel eens weten wat mijn/ onze roots zijn.
Het antwoord zal de voorstanders van identiteitspolitiek niet bevallen, maar bevalt mij uitstekend. Het is complex en genuanceerd! Eigenlijk is Europa een mengelmoes van culturen die zich vanuit Afrika, via het Middenoosten en de Kaukasus tienduizenden jaren geleden in deze richting hebben ontwikkeld. Ik ben verwant aan iedereen. Misschien een beetje meer Fins dan Grieks, maar onze voorouders trokken van de ene naar de andere kant van continenten op zoek naar een fijne plek om te leven. Een Nederlandse identiteit? Ik denk het niet. Een West-Europese identiteit? Ik denk het niet. Europese wortels? Ja misschien kun je dat zo noemen. Maar uiteindelijk komt homo sapiens uit Afrika. Lees bijvoorbeeld Mijn Europese familie van Karin Bojs, als je hier meer over wilt weten. Maar goed, nu weer even inzoomen.
Michael Pye gaat in dit boek in op de ontwikkeling van cultuur rond de Noordzee in de Middeleeuwen. Het is boeiend en goed geschreven. Heel verhalend met veel mooie stukken levensgeschiedenis. Over handel, ontdekkingsreizen, mode, relaties, wetten, het beheersen van de natuur. Interessante ingangen om te snappen hoe de Noordzee en contacten over en rond deze zee een cruciale rol speelden in hoe onze samenleving er nu uitziet. Niet perse ontwikkelingen om een trots gevoel bij de krijgen, maar wel interessant om te snappen hoe het zo is gekomen. Bijvoorbeeld de Hanze en de huidige dominantie van grote bedrijven in de wereld. Of de pest en hoe we nu omgaan met terrorisme. Pye legt een aantal verbanden die tot denken aanzetten.
Wat ik nu mis, is een vergelijking met ontwikkelingen in andere delen van de wereld. Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot gelijktijdige ontwikkelingen in China, Japan en andere landen? Een dergelijke vergelijking had het boek te veelomvattend gemaakt, maar ik wil het wel graag weten.

Ernst-Jan Pfauth – Dankboek

Van een dierbare vriendin kreeg ik dit mooie boekje cadeau. Ze vertelde erbij dat het gebruik ervan haar goed deed.
In iets meer dan 40 bladzijden legt Pfauth uit welke waardevolle lessen hij haalde uit het jarenlang bestuderen van zelfhulpboeken. Dat klinkt efficiënt, dacht ik. Iemand leest al die boeken en destilleert voor mij wat werkt.
Waar het om draait in het leven blijkt “dagelijkse voldoening” en die kun je bereiken door het combineren van vier strategieën:

  1. Je werk, hobby’s en projecten zien als oefenen
  2. Ruimte maken voor flow en rust in je leven
  3. Je leren richten op anderen
  4. Actief oefenen in dankbaar zijn.

Zo eenvoudig is het eigenlijk. Pfauth onderbouwt dit met krachtige logische toelichtingen die uitnodigen tot uitproberen. En voor dat uitproberen leent het tweede deel van dit boek zich. Ik beoefen het nu drie weken en dat bevalt uitstekend.
Aanrader!

Tessa Kieboom & Kathleen Venderickx – Meer dan intelligent

De vele gezichten van hoogbegaafdheid bij jongeren en volwassenen.
Kieboom en Venderickx werken al twintig jaar met hoogbegaafden en hebben met duizenden gesproken. Op basis van deze rijke ervaring, schreven zij een boek waarin hun kennis samenkomt. Ze geven uitleg over hoe hoogbegaafdheid wordt ervaren: een denkluik en een (nieuw) zijnsluik. Ze gaan in op hindernissen waar hoogbegaafden (HB-ers) mee kunnen worstelen, de zogenaamde embodio’s (uit het Grieks). En ze verklaren dat er in beginsel drie types hoogbegaafden zijn, om dat meteen daarna weer te relativeren want iedere HB-er is uniek…
Het gaf me nieuwe inzichten over hoe hoogbegaafdheid zich manifesteert. Daarnaast raakte het me ook persoonlijk omdat ik bepaalde embodio’s erg herken en weer voelde hoe ik daarmee heb geworsteld en ook hoe ik “boven ben gekomen”. Dat gaf een ervaring van dankbaarheid.
Ik denk dat het boek bruikbaar zal zijn in mijn coachingspraktijk om samen de embodio’s onder ogen te zien en te snappen hoe het HB-brein werkt en uitermate slim is in het wegrationaliseren en ontkennen van deze hindernissen.
Wat ik een beetje jammer vond in het boek is dat het niet zo ingaat op de mogelijkheden om embodio’s te overwinnen. De auteurs delen een aantal persoonlijke verhalen van clienten, maar wat nu werkzame methoden zijn dat blijft wat vaag. Ze hebben het bijvoorbeeld over focusverlegging, maar leggen dat niet uit. Dat blijft het geheim van de smid.

Mathijs Deen – Over Oude Wegen

Dit heerlijke boek heb ik net uit. Mathijs Deen vertelt over oude wegen die van de ene naar de andere kant van Europa zijn ontstaan. Eerst als een paadje, later als een weg en nog later als aanvoerroute van massale legers. Hij beschrijft de wegen aan de hand van verhalen die elk een ander tijdperk betreffen. Trekkende Kelten, racende baronnen, vakantiegaande Marokkanen, rovende bendeleiders, melancholische pelgims. En Deen schrijft zeer goed en meeslepend. Een aanrader en er is ook een website bij met plaatjes en kaarten.
Het boekt roept herinneringen op aan dagenlange trektochten door Europa over rode, gele en witte weggetjes. Met de Michelinkaart op mijn schoot. Of toen ik jonger was met “het beste boek voor de weg”, reden we door Frankrijk over de Route National (N10) naar het zuidwesten om wekenlang langs het strand in Spanje te bivakkeren. Met z’n zessen in de Chrysler of de Opel Rekord met volle imperiaal en een vouwwagen erachter gespannen. Zweetbenen tegen elkaar op de achterbank of als het te heet werd met handdoeken ertussen.
Het uitzicht verveelde nooit: de zonnebloemen, de watertorens, de pijnbomen. Ik voelde me verantwoordelijk voor de weg en was altijd alert om geen enkel bord te missen. Als twaalfjarige kende ik de weg die ons 1600 km van huis zou brengen.
De N10 was rond 1982 nog een levensgevaarlijke weg met veel dodelijke ongevallen. Stukken weg met drie banen. De middelste baan om in te halen, zij het van beide kanten tegelijk. Mijn moeder was niet bang – denk ik – en crosste met meer dan 100 km per uur met de kostbare lading voorbij de vrachtwagens. Ik vermoed dat er nog geen snelwegen waren naar Biarritz of anders was de péage te duur.
We sloegen ons kampement op in de buurt van Amboise of Poitier en Biarritz. Dan haalden we op dag drie de camping bij Somo in de middag en werden we welkom geheten door de Spaanse campinggasten. Die kenden we al van voorgaande jaren en een dag later voetbalden mijn broer, zus en neef alweer mee in het camping voetbalteam.
Ik zocht de koffer op met de voorraad boeken en verdween erin. Eerst mijn eigen boeken, dan die van mijn vader en dan misschien nog boeken van mijn oom en tante. Zes weken ongestoord lezen met uitzicht op de Golf van Biskaye en een fris briesje om mijn oren. Daar ontstond mijn liefde voor reizen: met de kaart op schoot in de auto en door alle werelden die de boeken me boden.

Jan van Aken – De Ommegang

Van Aken is een Nederlandse meesterverteller. In dit nieuwe boek, een historische roman van rond 1400, vertelt hij over Isidorus van Rillington. Isidorus wordt als klein kind te vondel gelegd bij een klooster en blijkt al gauw een geheugen van een olifant te hebben dat hij intensief traint. Hij heeft een onstilbare honger naar kennis en omdat hij alles kan onthouden en combineren, heeft hij al gauw ambities die tot in de hemel reiken. Het liefst van alles wil hij kathedralen bouwer worden.
Om deze ambitie te verwezenlijken gaat hij op reis naar plekken om te leren en goede contacten op te doen. Deze reis brengt hem tot diep in Azië, waar hij de wonderlijkste avonturen beleefd en ervaringen opdoet. Niet allemaal even fijn, maar hoopvol als hij is houdt hij vast aan zijn droom.
Heerlijk om te lezen. Fenomenaal als je bedenkt dat dit allemaal uit een mens kan ontspruiten!

Paolo Cognetti – De acht bergen

Een dikke hit dit boek. En inderdaad het is mooi, niet al te dik en toegankelijk. Maar het is zo mind-blowing als ik verwachtte van zo’n dikke hit.
Cognetti neemt ons mee naar de zuidelijke Alpen en naar een vriendschap tussen twee mannen. Een vriendschap van samen dingen doen, ontdekken en fantaseren. Hij weet de vriendschap heel mooi te beschrijven en ook de familierelaties en waar die soms rauw kunnen aanvoelen. Ook de natuur komt tot leven en mijn voorstellingsvermogen wordt fijn geprikkeld.
De sfeer is melancholisch, want erg vrolijk is hoofdpersoon Pietro niet. Eigenlijk vloeit het leven haast aan hem voorbij als een rommelende ondergrondse beek. Mooi geschreven portret van een vriendschap.

Robert Anker – In de wereld

De laatste roman van Anker is een mooie vertelling. Het verhaal vol woorden uit tijden die ver achter ons liggen, heeft grote vaart en brengt de lezer door half Europa. Hoofdpersoon is Joris, een ondernemende man met scherpe en zachte randjes.
Omdat bij hem lepra wordt vastgesteld, belandt Joris buiten de maatschappij. Ze verklaren hem als het ware dood, waardoor hij ineens een enorme vrijheid heeft die hij slim weet te benutten. Want slim is hij en dat brengt hem voorspoed en problemen.
Ik vind het ongelooflijk dat zo’n avontuur aan het brein van een schrijver ontspruit; een avontuur in een geheel andere tijd met andere zeden en gewoonten. Anker neemt de lezer vaardig mee naar deze tijd. En dat is waarom ik zo van historische romans houd; ik word tijdreiziger.

Annet Huizing & Margot Westermann – De Zweetvoetenman

De Zweetvoetenman, over rechtszaken & regels (en een hoop gedoe). Wat een leuk toegankelijk boek over de rechtspleging hebben Huizing en Westermann gemaakt. Huizing schreef de teksten en Westermann maakte de illustraties. Het is een grappig en vlot geschreven boek, alsof de lezer in gesprek is met de verteller. De lezer werpt bezwaren of vragen op en de verteller reageert. De illustraties zijn werkelijk prachtig en zo vol leuke details, dat je het boek ook om de plaatjes zou doornemen.
Maar vooral is het een boek dat aan de hand van zo actueel mogelijke voorbeelden ingaat op het recht. Ieder hoofdstuk begint met een vraag: Kun je een boete krijgen voor zweetvoeten? Heeft een hond inspraak? Mag je je gestolen fiets terugstelen? Waarom bemoeit de overheid zich met hagelslag? Wat als Typhoon een lijk in zijn achterbak had verstopt? Hoe kon het dat Lucia de B. ruim zes jaar onschuldig vastzat?
Ik smul van dit soort vragen en heb dan ook genoten van de verhalen en uitleg, zonder dat het boek te uitleggerig is geworden. Goed gedaan! Aanrader!