Categoriearchief: fictie

Min Jin Lee – Pachinko

In de krant las ik een interview met de schrijfster Min Jin Lee en dat sprak me erg aan. Ze vertelde over de totstandkoming van deze roman en welk onderzoek eraan ten grondslag heeft gelegen. Indrukwekkend.
Pachinko is een familiegeschiedenis over vijf generaties die start in 1900. Het gaat over een Koreaanse familie die door omstandigheden en de loop der geschiedenis in Japan terecht komt. Koreaan zijn in Japan is niet eenvoudig, want dan heb je met vooroordelen en discriminerende maatregelen te maken. Een heel nieuw gegeven, want van dat tweederangsburgerschap had ik niet eerder gehoord.
Los van deze setting is het een prachtig boek over universele thema’s als liefde, moederschap en vaderschap, het onzegbare, geheimen en de waarde van eten. Min Jin Lee schrijft vlot, helder en makkelijk leesbaar en nodigt je uit snel verder te lezen. Mooie integere persoonlijkheden, sterke stoere vrouwen, worstelende types; net als in elke familie.

Willy Vlautin – Laat mij niet vallen

Het was lang geleden dat ik aan het eind van een boek flink heb moeten huilen. Mijn hemel wat een verhaal. Wat aangrijpend en prachtig verteld.
Centraal staat Horace Hopper, een eenentwintig jarige jongeman die zich wil losmaken van zijn jeugd. Hij woont op een ranch waar hij met veel talent de boel weet te runnen nu de eigenaar wat ouder wordt. Horace droomt er echter van een professionele bokser te worden en stelt alles in het werk dit voor elkaar te krijgen.
Het is een boek waarin liefde zo eindeloos mooi wordt beschreven. Door de melancholische sfeer ga ik van de hoofdpersonen houden. Ze gaan me aan het hart door hun echtheid en eerlijkheid, door hun hoop er steeds weer iets van te maken, door niet cynisch te worden, door moed in te spreken zonder dat het onecht wordt. Wat zijn mensen toch mooi!
Ga dit boek lezen!

Isabel Allende – De winter voorbij

Na de Japanse minnaar, verheugde ik me op een nieuwe Allende. De winter voorbij is een aardig verhaal met veel persoonlijke geschiedenissen erin verweven. Lekker voor in de zon, maar het heeft me niet gegrepen of aan het denken gezet.
Allende heeft een enorme vertelkracht en weet me met bijna iedere persoonlijkheid die ze introduceert te boeien. Soms is dat misschien genoeg maar daarvoor was het verhaal mij wat te mager. Ik weet nog niet of ik de volgende weer ga lezen.

Jan van Aken – De Ommegang

Van Aken is een Nederlandse meesterverteller. In dit nieuwe boek, een historische roman van rond 1400, vertelt hij over Isidorus van Rillington. Isidorus wordt als klein kind te vondel gelegd bij een klooster en blijkt al gauw een geheugen van een olifant te hebben dat hij intensief traint. Hij heeft een onstilbare honger naar kennis en omdat hij alles kan onthouden en combineren, heeft hij al gauw ambities die tot in de hemel reiken. Het liefst van alles wil hij kathedralen bouwer worden.
Om deze ambitie te verwezenlijken gaat hij op reis naar plekken om te leren en goede contacten op te doen. Deze reis brengt hem tot diep in Azië, waar hij de wonderlijkste avonturen beleefd en ervaringen opdoet. Niet allemaal even fijn, maar hoopvol als hij is houdt hij vast aan zijn droom.
Heerlijk om te lezen. Fenomenaal als je bedenkt dat dit allemaal uit een mens kan ontspruiten!

Paolo Cognetti – De acht bergen

Een dikke hit dit boek. En inderdaad het is mooi, niet al te dik en toegankelijk. Maar het is zo mind-blowing als ik verwachtte van zo’n dikke hit.
Cognetti neemt ons mee naar de zuidelijke Alpen en naar een vriendschap tussen twee mannen. Een vriendschap van samen dingen doen, ontdekken en fantaseren. Hij weet de vriendschap heel mooi te beschrijven en ook de familierelaties en waar die soms rauw kunnen aanvoelen. Ook de natuur komt tot leven en mijn voorstellingsvermogen wordt fijn geprikkeld.
De sfeer is melancholisch, want erg vrolijk is hoofdpersoon Pietro niet. Eigenlijk vloeit het leven haast aan hem voorbij als een rommelende ondergrondse beek. Mooi geschreven portret van een vriendschap.

Robert Anker – In de wereld

De laatste roman van Anker is een mooie vertelling. Het verhaal vol woorden uit tijden die ver achter ons liggen, heeft grote vaart en brengt de lezer door half Europa. Hoofdpersoon is Joris, een ondernemende man met scherpe en zachte randjes.
Omdat bij hem lepra wordt vastgesteld, belandt Joris buiten de maatschappij. Ze verklaren hem als het ware dood, waardoor hij ineens een enorme vrijheid heeft die hij slim weet te benutten. Want slim is hij en dat brengt hem voorspoed en problemen.
Ik vind het ongelooflijk dat zo’n avontuur aan het brein van een schrijver ontspruit; een avontuur in een geheel andere tijd met andere zeden en gewoonten. Anker neemt de lezer vaardig mee naar deze tijd. En dat is waarom ik zo van historische romans houd; ik word tijdreiziger.

Laura Broekhuysen – Winter-IJsland

IJsland in kleur, zo zou ik dit boek willen noemen. Ondanks de sneeuw, de wind en de  winterluchten, weet Laura Broekhuysen de IJslandse fjord waar ze met haar gezin is gaan wonen, kleur te geven. Het is een taalervaring die ik niet eerder heb meegemaakt. Prachtig, poëtisch, creatief. Iedere zin wil ik onthouden, omdat ze de taal zo mooi weet aan te wenden om iets gewoons te omschrijven. Twee citaten:

De luwte, schichtig, blijft nooit lang op één plek. Als het eb wordt trekt de zeen een luchtstroom met zich mee in het kielzog, wind wordt de helling af getrokken over ons land. Soms komt hij van vier kanten, we doen een stoelendans om het huis op het ritme van het getij. In het najagen van luwte is de wind sneller dan wij – welke hoek we ook om slaan, hij is ons voor geweest. 

Ook de natuur ondergaat inflatie als je er veel van hebt. Een dal zonder water vind ik nu niet veel bijzonders, terwijl we hunkerden naar zo’n plek toen we dagelijks het Vondelpark doorkruisten. Wijs ik mijn dochter op een regenboog, aankijkt ze ternauwernood op – weer een regenboog? Ik heb er vandaag al vijf gezien.

Charlotte Brönte – Jane Eyre

Een muf ruikend boek uit een inboedel van ik-weet-niet-wie. En toch dacht ik: misschien maar eens lezen dat boek uit 1847 dat iedereen kent. En ik werd niet teleurgesteld.
Bij de laatste hoofdstukken en al helemaal bij de laatste bladzijdes heb ik flink wat tranen gelaten.
Brönte schrijft over een weesmeisje dat ondanks alles haar weg in de wereld vindt. Via een haatdragende tante naar een armoedige kostschool om vervolgens gouvernante te worden van een klein meisje.
In haar nieuwe huis slaat de liefde toe. Helaas een onmogelijke liefde. Brönte schetst totaal geloofwaardige karakters: je ziet ze lopen en je snapt hoe Jane zich tot hen verhoudt.
Het is een tijdloze roman. Heerlijk om bij weg te dromen.

Daniel Kehlmann – Tijl

Het lijkt erop dat ik van het ene mooie boek in het andere overga. Dit boek van de Duitse schrijver Daniel Kehlmann is een heerlijk verhaal dat zich afspeelt in de zeventiende eeuw. Kehlmann voert Tijl Uilenspiegel ten tonele, alhoewel die volgens oude verhalen eerder in de veertiende dan de zeventiende eeuw door Europa trok. Maar dat maakt niet uit, want Tijl is een uiterst fascinerende figuur en zou dat zijn in iedere eeuw waarin hij geleefd zou hebben. Een man die zijn publiek op magistrale manier kan bespelen, die niet schroomt te zeggen waar het op staat en iedere keer weer slim een uitweg weet te vinden.
Kehlmann benut Tijl om een belangrijk deel van de Duitse geschiedenis te beschrijven: de dertigjarige oorlog. Tijdens deze chaotische oorlog werd zo huisgehouden bij onze oosterburen, dat het land er aan het eind van die dertig jaar totaal verwoest bij lag. De Duitse bevolking (het land bestond nog uit veel vorstendommen, vrijstaten en landen) heeft daar vast en zeker een trauma opgelopen omdat het van alle kanten werd aangevallen en verwoest.
Wat ik vooral erg mooi vond was de magie die Kehlmann in het boek verwerkt. Wat is er echt en wat is een verzinsel? Wie leeft en wie is al dood? Je weet het soms niet.

Robert Seethaler – De Weense sigarenboer

In deze roman vertelt Seethaler het verhaal van Franz, een jongen die opgroeit in een eenvoudige omgeving aan een meer. Op een dag vertrekt hij naar Wenen om als leerjongen van een sigarenboer te gaan werken. In Wenen ontdekt hij gaandeweg het leven van een jongeman, maar dat brengt hij hevig in verwarring. Gelukkig kan hij te rade gaan bij een klant van de sigarenboer; een professor in de psychoanalyse genaamd Freud. Zij ontwikkelen een vriendschap, die Seethaler prachtig onder woorden brengt.
Het is de puurheid van de jongeman die ontroerend mooi beschreven wordt. Het decor van een Oostenrijk dat rond 1938 moet kiezen tussen de eigen koers of aansluiting bij Duitsland, biedt een benauwend perspectief.
Een prachtig geschreven boek dat me net als zijn eerder vertaalde boek aangreep. Eenvoudig maar zeer treffend taalgebruik. En mooie magische momenten.