Categorie archief: fictie

William Giraldi – Toen kwamen de wolven

Ergens ver weg in Alaska ligt een nederzetting waar het leven niet gewoon is volgens onze standaarden. Het is een plek waar de temperatuur zakt naar een niveau waarop gewoon leven niet mogelijk is. Alleen met de bescherming van dierenhuiden en met kennis van de natuur kun je daar overleven.
Het is een bar jaar en ook de wolven hebben het zwaar. Zo zwaar dat ze aan de rand van het dorp loeren op kleine kinderen. Drie zijn er verdwenen als een moeder een wolvenexpert om hulp vraagt. De wolvenman komt, trekt de wildernis in en probeert de situatie te begrijpen. De wildernis biedt echter geen antwoorden. Die zijn dichterbij huis te vinden binnen de weinig spraakzame gemeenschap.
Het is een boek over oerkrachten van de natuur. Over het doden van jongen, over de kou en de wind, over banden in een clan, over leven en dood. Gruwelijk, maar realistisch gruwelijk en daardoor misschien nog wel aangrijpender.

Benedict Wells – Het einde van de eenzaamheid

Het is lang geleden dat ik een boek in een ruk heb uitgelezen. Maar deze roman had me te pakken en ik liet niet meer los tot ie uit was. Wells kan dus schrijven!
Jules verliest op zijn elfde zijn ouders. Zijn wereld kantelt en samen met zijn broer en zus verhuist hij naar een internaat. De roman beschrijft de 30 jaar die volgen en hoe (het) verlies de levens van zijn naasten beïnvloedt. De dood is steeds dichtbij in het boek. Wells (1984!) weet een melancholische diepgang te scheppen, maar die wordt nooit overdadig zwaar. Omdat mensen veerkrachtig zijn en soms even niet. Aanrader!
En de vergelijking met John Irving snap ik.

Han Kang – De vegetariër

In de vegetariër kiest een vrouw radicaal voor het veganistische dieet. Ze heeft een droom gehad en kan niet anders. Kang laat stukje bij beetje zien wat deze jonge vrouw gemotiveerd heeft dit te doen. Door de ogen van haar man, van haar zwager en van haar zus krijgen we steeds meer te weten of wat zich heeft afspeelt in haar leven.
Mooie kennismaking met de Koreaanse literatuur. Een fascinerend boek dat intrigeert. Over wanhoop en een poging te ontsnappen aan het leven.

Anne B. Ragde – De leugenhuis trilogie

Een trilogie over het leven op het Noorse platteland, daarin heb ik de afgelopen maand gelezen. Het was de moeite waard. Het verhaal over de familie Neshov, de drie broers, hun ouders, hun kinderen, hun werk, hun relaties. Alles kwam aan bod en de pijnlijkheid was groot.
Het is een melancholische roman. Het landschap en de boerderij doen mee om over te brengen hoe het er daar aan toegaat. De pijnlijkheid van het langs elkaar heen bewegen, van elkaar net niet snappen, van de moeite om een echt gesprek met elkaar te hebben. Boeiende materie dus al met al en toegankelijk onder woorden gebracht door Ragde.

Graham Swift – Moeders Zondag

Op Moeders Zondag hebben de dienstboden in Engeland een dag vrij om hun moeder te bezoeken, althans in 1924. Jane is te vondeling gelegd, heeft geen moeder en zoekt daarom een andere dagbesteding. Dan krijgt ze een telefoontje en verandert haar dag.
Werkelijk een prachtig boek. De krachtige eenvoudige taal die Graham Swift gebruikt spreekt mij zeer aan. Het gebruik van herhaling, de zintuiglijke prikkeling, het steeds een beetje meer loslaten. Een heerlijk boek om niet meer weg te leggen.
Het is ook een mooi tijdsbeeld van een klassenmaatschappij. En mooi hoe mensen onbewust weten en inspelen op elkaar.
Zeer aanbevelingswaardig.

Roald Dahl – Oom Oswald

Het gebeurt niet vaak dat ik een boek voor de tweede keer lees, maar voor Roald Dahl maak ik kennelijk een uitzondering. Als kind van ongeveer 12-14 jaar las ik graag zijn boeken voor volwassenen en vond dat erg opwindend.
Dit boek gaat ook nog eens over opwinding. De hoofdpersoon vindt een afrodisiacum uit dat zo goed werkt, dat hij bijna ogenblikkelijk miljonair wordt door met de verkoop te starten. Even later ontmoet hij een wetenschapper die een methode heeft uitgevonden om sperma lange tijd te bewaren en dan is het hek van de dam. In een fantastische zeer fantasierijke reeks van gebeurtenissen, neemt Dahl je mee door Europa langs bekende persoonlijkheden. Super grappig en al die opwinding!
Heerlijk boek dus.

Jan Brokken – De Kozakkentuin

Jan Brokken schrijft literaire romans op basis van zeldzame authentieke bronnen. Een prachtig genre tussen fictie en non-fictie. Na de verhalen over Rhoon en de Baltische staten, gaat deze roman over de vriendschap tussen een officier van justitie Von Wrangel en de schrijver Dostojevski. Ze kennen elkaar al enigszins uit Sint Petersburg, maar raken vanaf 1851 innig bevriend in een stadje middenin Siberië. Dostojevski is daarheen verbannen en Von Wrangel ambieert het pioniersbestaan in deze uithoek van het Russische rijk. Het boek is gebaseerd op allerlei bronnen maar vooral op de brieven die zij elkaar schreven. Ze steunen en stimuleren elkaar, ze waarschuwen voor gevaarlijke liefdes en Von Wrangel doet zijn uiterste best om Dostojevski weer gerehabiliteerd te krijgen na zijn straf in werkkampen en aansluitende verbanning.
Het boek geeft een mooi beeld van het Rusland in die dagen, maar is tegelijkertijd een prachtige beschrijving van een vriendschap. Over houden van elkaar en elkaar toch uit de weg gaan.

Thomas Mann – De Buddenbrooks

De Buddenbrooks zijn een koopmansfamilie uit Lübeck en Thomas Mann schreef hun familiesaga over vier generaties ruim een eeuw geleden. Hij ontving er de Nobelprijs voor de Literatuur voor, want dit boek maakte indruk. Vooral ook omdat Thomas Mann pas 26 jaar oud was toen hij de roman volbracht.
Het is een prachtige weerslag van hoe het gaat in families. Over hoe broers en zussen met elkaar omgaan, hoe ouders worstelen met de opvoeding, hoe wat de omgeving ervan vindt gedrag drijft, hoe je dingen doet voor de familie. Mann weet het prachtig en hartstochtelijk te beschrijven. Zeer pijnlijk bij vlagen en soms lopen dingen dan toch weer goed af. Ik heb ervan genoten. Het enige wat ik miste was eigenlijk de inkijk in het koopmansleven zelf. Waarin werd gehandeld en met wie en waarmee de familie te kampen had. Dat blijft onderbelicht. De focus ligt op de familieverhoudingen en het persoonlijke (on)geluk van de familieleden.

Jens Christian Grøndahl – Vaak ben ik gelukkig

Hij stelt me nooit teleur, deze Deense schrijver die ik mijn favoriete schrijver noem. In deze roman is Ellinor aan het woord en ze spreekt tegen haar overleden vriendin Anna. Ze vertelt hoe haar leven verder is gelopen nadat zij plotseling is overleden door een lawine. Ellinor geeft steeds meer bloot over hoe ze haar keuzes heeft gemaakt en waar ze vandaan komt. Hoe ze zich verhield tot haar man die bij dezelfde lawine om het leven kwam. Hoe ze voor de kinderen van Anna heeft gezorgd en hoe ze met de man van Anna is gaan samenleven. Hoe ze ervoor kiest haar eigen weg te gaan, alleen verder, omdat het verleden je toch inhaalt.
Grøndahl kan zo knap weergeven hoe je gedachtengang met je aan de haal gaat. Weer vijf sterren, wat mij betreft.

Roger Martin du Gard – De verdrinking

Na het lezen van de dikke pillen over de Thibaults, was ik zeer benieuwd naar wat deze schrijver nog meer te bieden heeft. Deze novelle zag het licht pas nadat hij al ruim twintig jaar dood was. Het is een aangrijpend verhaal over een jonge legerofficier die gestationeerd wordt in een dorp en daar hopeloos verliefd wordt. Hij kan nergens anders aan denken en doet al die stomme domme dingen die je doet als je verliefd bent om maar een glimp op te vangen van diegene die je hart heeft gestolen. Zo invoelbaar en dicht op de huid geschreven en dat alweer ruim een eeuw geleden. Prachtig om te lezen.