Categoriearchief: fictie

Robert Anker – In de wereld

De laatste roman van Anker is een mooie vertelling. Het verhaal vol woorden uit tijden die ver achter ons liggen, heeft grote vaart en brengt de lezer door half Europa. Hoofdpersoon is Joris, een ondernemende man met scherpe en zachte randjes.
Omdat bij hem lepra wordt vastgesteld, belandt Joris buiten de maatschappij. Ze verklaren hem als het ware dood, waardoor hij ineens een enorme vrijheid heeft die hij slim weet te benutten. Want slim is hij en dat brengt hem voorspoed en problemen.
Ik vind het ongelooflijk dat zo’n avontuur aan het brein van een schrijver ontspruit; een avontuur in een geheel andere tijd met andere zeden en gewoonten. Anker neemt de lezer vaardig mee naar deze tijd. En dat is waarom ik zo van historische romans houd; ik word tijdreiziger.

Laura Broekhuysen – Winter-IJsland

IJsland in kleur, zo zou ik dit boek willen noemen. Ondanks de sneeuw, de wind en de  winterluchten, weet Laura Broekhuysen de IJslandse fjord waar ze met haar gezin is gaan wonen, kleur te geven. Het is een taalervaring die ik niet eerder heb meegemaakt. Prachtig, poëtisch, creatief. Iedere zin wil ik onthouden, omdat ze de taal zo mooi weet aan te wenden om iets gewoons te omschrijven. Twee citaten:

De luwte, schichtig, blijft nooit lang op één plek. Als het eb wordt trekt de zeen een luchtstroom met zich mee in het kielzog, wind wordt de helling af getrokken over ons land. Soms komt hij van vier kanten, we doen een stoelendans om het huis op het ritme van het getij. In het najagen van luwte is de wind sneller dan wij – welke hoek we ook om slaan, hij is ons voor geweest. 

Ook de natuur ondergaat inflatie als je er veel van hebt. Een dal zonder water vind ik nu niet veel bijzonders, terwijl we hunkerden naar zo’n plek toen we dagelijks het Vondelpark doorkruisten. Wijs ik mijn dochter op een regenboog, aankijkt ze ternauwernood op – weer een regenboog? Ik heb er vandaag al vijf gezien.

Charlotte Brönte – Jane Eyre

Een muf ruikend boek uit een inboedel van ik-weet-niet-wie. En toch dacht ik: misschien maar eens lezen dat boek uit 1847 dat iedereen kent. En ik werd niet teleurgesteld.
Bij de laatste hoofdstukken en al helemaal bij de laatste bladzijdes heb ik flink wat tranen gelaten.
Brönte schrijft over een weesmeisje dat ondanks alles haar weg in de wereld vindt. Via een haatdragende tante naar een armoedige kostschool om vervolgens gouvernante te worden van een klein meisje.
In haar nieuwe huis slaat de liefde toe. Helaas een onmogelijke liefde. Brönte schetst totaal geloofwaardige karakters: je ziet ze lopen en je snapt hoe Jane zich tot hen verhoudt.
Het is een tijdloze roman. Heerlijk om bij weg te dromen.

Daniel Kehlmann – Tijl

Het lijkt erop dat ik van het ene mooie boek in het andere overga. Dit boek van de Duitse schrijver Daniel Kehlmann is een heerlijk verhaal dat zich afspeelt in de zeventiende eeuw. Kehlmann voert Tijl Uilenspiegel ten tonele, alhoewel die volgens oude verhalen eerder in de veertiende dan de zeventiende eeuw door Europa trok. Maar dat maakt niet uit, want Tijl is een uiterst fascinerende figuur en zou dat zijn in iedere eeuw waarin hij geleefd zou hebben. Een man die zijn publiek op magistrale manier kan bespelen, die niet schroomt te zeggen waar het op staat en iedere keer weer slim een uitweg weet te vinden.
Kehlmann benut Tijl om een belangrijk deel van de Duitse geschiedenis te beschrijven: de dertigjarige oorlog. Tijdens deze chaotische oorlog werd zo huisgehouden bij onze oosterburen, dat het land er aan het eind van die dertig jaar totaal verwoest bij lag. De Duitse bevolking (het land bestond nog uit veel vorstendommen, vrijstaten en landen) heeft daar vast en zeker een trauma opgelopen omdat het van alle kanten werd aangevallen en verwoest.
Wat ik vooral erg mooi vond was de magie die Kehlmann in het boek verwerkt. Wat is er echt en wat is een verzinsel? Wie leeft en wie is al dood? Je weet het soms niet.

Robert Seethaler – De Weense sigarenboer

In deze roman vertelt Seethaler het verhaal van Franz, een jongen die opgroeit in een eenvoudige omgeving aan een meer. Op een dag vertrekt hij naar Wenen om als leerjongen van een sigarenboer te gaan werken. In Wenen ontdekt hij gaandeweg het leven van een jongeman, maar dat brengt hij hevig in verwarring. Gelukkig kan hij te rade gaan bij een klant van de sigarenboer; een professor in de psychoanalyse genaamd Freud. Zij ontwikkelen een vriendschap, die Seethaler prachtig onder woorden brengt.
Het is de puurheid van de jongeman die ontroerend mooi beschreven wordt. Het decor van een Oostenrijk dat rond 1938 moet kiezen tussen de eigen koers of aansluiting bij Duitsland, biedt een benauwend perspectief.
Een prachtig geschreven boek dat me net als zijn eerder vertaalde boek aangreep. Eenvoudig maar zeer treffend taalgebruik. En mooie magische momenten.

Chimamanda Ngozi Adichie – Amerikanah

Wat een intiem boek. Wat een prachtige roman. Wat indrukwekkend. Misschien wel het mooiste boek dat ik het afgelopen jaar heb gelezen.
Adichie vertelt over Ifemelu, een jonge vrouw die haar draai probeert te vinden in het leven. Ze heeft een zielsverwantschap met haar medestudent Obinze. Als ze naar Amerika gaat om daar verder te studeren, lukt het haar echter niet om die verbinding in stand te houden. Ze gaan ieder hun eigen weg op zoek naar wie en wat ze werkelijk zijn of willen zijn. Het is zo’n eerlijk moedig relaas naar wat je drijft en naar de echte liefde. Het komt zo dichtbij. Erg van genoten en absolute aanrader.

Ian McGuire – Het Noordwater

Na het lezen van de rauwe romans Toen kwamen de wolven van Giraldi en De Oogst van Crace, was ik op zoek naar meer van dit genre en las de recensie over dit boek van Ian McGuire. Daarbij kwam laatst ook de documentaire Death in the Terminal (2Doc, NPO). De vraag die in deze boeken en documentaire voor mij centraal staat is, wat de mens doet als zij/hij in het nauw komt. Het fascineert me zeer. Ik vind het een interessante vraag nu in steeds meer Westerse landen een schil van beschaving wordt afgelegd door machthebbers die ongegeneerd liegen en met ongegeneerd de rijken verrijkende belastingwetgeving. Wat staat ons te wachten of hoe keren we het tij?
Ian McGuire beschrijft in Het Noordwater de walvisvaart die op zijn einde loopt. Een wereld waarin mannen in extreme omstandigheden moeten overleven en worstelen hun beschaving te behouden tegen alle druk van buitenaf in. Goed en toegankelijk geschreven en tot het einde spannend. De hoofdpersonen hadden iets meer kleur en diepte mogen hebben, maar toch een geslaagd boek.

Sarah Waters – Fluwelen begeerte

Deze debuutroman van Sarah Waters uit 1998, had ik nog nooit gelezen. Waters is een meesterverteller en daarenboven een goede historische romanschrijver. Dus dat kan niet missen.
Het was inderdaad een indrukwekkend en tegelijkertijd tragisch boek. De jonge Nancy is hoteldebotel verliefd en gaat met haar geliefde mee naar London, die daar een succesvolle variétécarrière nastreeft. Nancy komt uit een gezin van oesterverkopers uit een havenplaats in Kent en is zwaar onder de indruk van het London van 1880. Ze laat zich meenemen in de stormachtige ontwikkelingen en raakt dan op enig moment het spoor bijster. Gelukkig is ze een overlever en weet mensen handig voor zich te winnen. Verschrikkelijk en ook mooi.

Tom Hillenbrand – De koffiedief

De Turken hebben in 1683 een monopolie op de productie en handel in koffie en dat bevalt de VOC-heren niet. Een schimmige Engelsman die in Amsterdam in de gevangenis verzeild is geraakt, wordt gerekruteerd om de hand te leggen op een aantal koffieplanten. De keuze voor deze Engelsman is een slimme want hij heeft een enorm netwerk van mensen met interesse in nieuwigheden en beschikt zelf ook over uitzonderlijke kennis. Het verhaal leidt van London naar Amsterdam, naar Turijn, Izmir en Mocha. De Duitse Hillenbrand weet het Europa van die tijd mooi te schetsen en schrijft voortvarend. Lekker avonturenboek.

Ken Follett – Het eeuwige vuur

Wat een verrassing dat daar opeens een derde boek over Kingsbridge verscheen van Ken Follett. Daar had ik al niet meer op gerekend na al de jaren. En eigenlijk was het ook een nieuw boek; alleen een verwijzing hier en daar naar een gebouw of een brug, maakte dat ik een klein beetje het oude gevoel van Kingsbridge uit de eerste twee delen kon voelen: Pilaren van de aarde en Brug naar de hemel. Maar Kingsbridge voelde niet meer als Kingsbridge uit de eerdere boeken. Daarvoor gaat het verhaal teveel over Europa in de 16de eeuw. Een groot deel van het boek speelt zich ook af in Parijs, London, op zee en op andere plekken.
Het boek geeft via het verhaal wel een goed beeld van de geschiedenis, net als Follett’s trilogie over de eerste en tweede wereldoorlog en de koude oorlog. Wat dat betreft is hij er een meester in om de historie levend te maken. Wie Maria Stuart is en Queen Elisabeth, dat zal ik nu niet gauw meer vergeten. En door dit boek kan ik een vergelijking maken tussen het Engeland van 1600 en de Brexit van nu. Dat geeft me een interessant aanvullend perspectief.
Dus boeiend en bijna in een adem uitgelezen, maar het heeft niet de diepgang van de personages van de Kingsbridge families van weleer.