C.G. Jung – Synchroniciteit

De ondertitel luidt: Een acausaal, verbindend beginsel. Na het lezen van het gelijkluidende boek van Jaworski, wilde ik dit ook graag lezen. In dit boek uit 1952 probeerde Jung een enigszins wetenschappelijke basis te formuleren voor synchroniciteit. Met synchroniciteit doelt Jung op de samenloop van gebeurtenissen die niet causaal verbonden zijn, maar wel opmerkelijk en verwant en meer dan toeval. Hij slaagt er helaas niet in en blijft steken bij onderzoeksresultaten van het Rhine-experiment, die bewijzen dat mensen hoger scoren dan de kansberekening in het voorspellen van het figuur op een kaart die ze niet kunnen zien.
Inmiddels gaat de wetenschap voort en is er veel onderzoek gaande naar de eenheidsfilosofie en de verbondenheid van alles met alles. Op Ted vond ik een aardige presentatie hierover. Maar nog steeds geen wetenschappelijk bewijs. Een wijze Chinees, Tsjwang-tse en tijdgenoot van Plato, zei hierover: “De betekenis (= Tau = Chinese term voor de eenheid) wordt verduisterd als men alleen maar kleine afgepaste stukjes van het bestaan beschouwt”. Met andere (mijn) woorden, door de specialisatie in de wetenschap zijn we het zicht op het geheel en de integrale benadering verloren en verdwaald in de details.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *